Operation Manual

57
Installatie
Veiligheidsvoorschriften voor de installateur
De afvoerpijp moet bij de werking als afzuigkap een diameter
van 150 mm hebben.
Indien er al een afvoerpijp met een diameter van 125 mm
in de muur of het dak aanwezig is, kan het bijgeleverde
verloopstuk, 150/125 mm, worden gebruikt.
De afvoerslang 125 kan tegelijk met het verloopstuk
worden gemonteerd (speciaal toebehoren ABS 125, E-nr.
942 118 612).
Wanneer de kookdampen via de buitenmuur worden afge-
voerd, heeft u uit onze toebehoren de muurkast MKZ E-nr.
942 118 609 (Ø 150 mm) nodig.
Bij de installatie van de afzuigkap moeten de onder-
staande minimumafstanden van de bovenkant van het
fornuis tot de onderkant van de afzuigkap worden aan-
gehouden:
Elektrisch fornuis 500 mm
Gasfornuis 650 mm
Kolen- of oliekachel min. 700 mm
Bij gebruik van de afzuigkap en een vuurhaard in dezelfde
ruimte mag de onderdruk niet hoger dan 4PA (4 x 10
-5
bar)
zijn.
De afgevoerde lucht mag niet in een rook- of gasafvoerkanaal
worden afgevoerd. Ook het afvoeren van de lucht in een
ventilatiekanaal van ruimten waarin een vuurhaard aanwezig
is, is niet toegestaan.
Wanneer de afvoer in een rook- of afvoerkanaal uitkomt dat al
enige tijd buiten gebruik is, is het raadzaam het advies van de
plaatselijke schoorsteenveger in te winnen. Voor het afvoeren
van kookdampen in de buitenlucht moeten de gemeentelijke
voorschriften worden aangehouden.
Bij gebruik als afzuigkap dient een luchtaanvoeropening te
worden aangebracht, die qua grootte ongeveer overeenkomt