Operation Manual

24
O
Steek de stekker in het stopcontact (6). De lamp moet gaan knipperen.
(Wanneer de lamp niet knippert, volg de richtlijnen onder „het wissen
van de krachtinstelling.”) Voor het in het geheugen opslaan van de
krachtinstelling moet de aandrijving een volledige heen- en weergaande
beweging maken. Dit om de benodigde kracht in beide richtingen te
leren. De aandrijving kan zowel met de drukschakelaar (10), als met de
handzender (19) opgestart worden. Tijdens het "aanleren" van de kracht
zal de ingebouwde lamp knipperen.
Controleer de eindposities voor openen en sluiten. Controleer indien
nodig de eindschakelaar (9/10) voor open en gesloten eindpositie.
P
(Enkel voor S-Aandrijvingen
De lichtkap (17) met een schroevendraaier afklikken.
Op de krachtpotentiometer „LIMIT OF POWER” (18) kan de boven-
tolerantie van de kracht worden ingesteld, d.w.z. de kracht die boven de
geprogrammeerde kracht mag worden uitgeoefend om de poort te ope-
nen of te sluiten. De maximale kracht tussen poort en kozijn mag niet
meer bedragen dan 150 N. Bij de linkerstop van de potentiometer be-
draagt de getolereerde extra kracht ca 1,5 kg en bij de rechterstop
18 kg.
Af fabriek staat de krachtpotentiometer in de linkereindstand. De bestu-
ringseenheid zal de instelling van de krachtpotentiometer tijdens iedere
start opnieuw registreren.
Na wijzigingen ten aanzien van de krachttolerantie kan het noodzakelijk
zijn om de eindschakelaars voor deur OPEN en DICHT opnieuw in te
stellen, voor het geval de gewenste positie niet wordt bereikt.
ATTENTIE!! Het instellen van deze kracht moet voor uw eigen veilig-
heid zo laag mogelijk zijn. Hierdoor zullen hindernissen veilig en
snel door de aandrijving herkend worden. Bij de L-aandrijving zijn
aanpassingen alleen mogelijk via de TorMinal (aansluiting 32)
Q
Controleer of het aandrijfsysteem bij de open- en sluitbeweging kan
worden tegengehouden door een lichte druk met de hand tegen de
poort, op een hoogte van ten minste 100 mm boven de vloer. Bij bene-
denwaartse beweging dient het aandrijfsysteem hierbij van richting te
veranderen en de poort ca 100 mm in tegenovergestelde richting te be-
wegen.
LET OP! Bij garages zonder tweede ingang moet er een noodont-
grendeling aan de buitenzijde van de garage gemonteerd worden, dit
in geval van stroomuitval (optioneel).
III. AFSTANDSBEDIENING
P
HET WISSEN VAN DE KRACHTINSTELLING
Nadat de aandrijving is gemonteerd en de stekker in het stopcontact is gesto-
ken, gaat de ingebouwde lamp knipperen om aan te geven dat de aandrijving
nog geen krachtsinstelling in het geheugen heeft. Als de lamp niet knippert,
omdat de aandrijving b.v. al een proef heeft gedaan zonder dat de garage-
poort is gemonteerd, moet eerst het geheugen gewist worden.
Verwijder de lichtkap (17) met behulp van een schroevendraaier. Druk gedu-
rende 5 seconden licht op de knop (22) (opdruk “T 1”). Zodra de krachtwaar-
den zijn gewist, gaat het lampje uit. Om de nieuwe krachtwaarden aan te
leren, dienen nu de onder punt O beschreven aanwijzingen te worden ge-
volgd). Vergeet niet om de lichtkap weer te monteren.
P
GLOEILAMPEN IN DE BESTURING VERVANGEN
Trek de netkabel (6) eruit en maak de lampenkap los met een schroe-
vendraaier. Schroef de gloeilamp tegen de klok in los.
Schroef de nieuwe gloeilamp met de klok mee vast (24V, 21W, Ba 15 s).
R
AFSTANDSBEDIENING PROGRAMMEREN
Aanwijzing: de APERTO 868 S heeft slechts 1 zendkanaal (kanaal 1)
Druk de inleertoets (22) op de aandrijving/ontvanger in
- voor kanaal 1, tot de lichtdiode (21) gaat branden. Knop loslaten
- voor kanaal 2 (APERTO 868 L en APERTO 868 LX), zoveel keer druk-
ken tot de LED (23) gaat branden, daarna de knop loslaten.
Indien binnen een periode van 10 seconden geen radiosignaal wordt
verstuurd, schakelt de ontvanger weer over op normaal bedrijf.
Druk binnen het ontvangstbereik de gewenste knop van de afstandsbe-
diening in. De afstandsbediening zal de code naar de aandrijving/ont-
vanger versturen.
- al naar gelang het kanaal dat wordt gebruikt zal lichtdiode (21) of
lichtdiode (23) knipperen (zie boven).
Alle afstandsbedieningen voor deze aandrijving/ontvanger moeten op
bovenstaande wijze worden geprogrammeerd. De ontvanger kan-
maximaal 112 codes opslaan. Elk afstandsbedieningkanaal gebruikt één
geheugenplaats.
Voorbeeld:
- indien van meerdere afstandsbedieningen slechts één druktoets wordt
geprogrammeerd, kunnen maximaal 112 afstandsbedieningen worden
geprogrammeerd.
- indien echter twee knoppen van de afstandsbediening worden gepro-
grammeerd, zijn er 56 geheugenplaatsen beschikbaar.
De programmeerstand kan worden afgebroken door de programmeer-
knop (22) in te drukken tot er geen lichtdiodes meer branden.
R
ALLE ZENDERS UIT HET GEHEUGEN VAN DE ONTVANGER WISSEN
Indien één van de afstandsbedieningen zoek raakt, moeten alle kanalen
voor de ontvanger van de afstandsbedieningen uit veiligheidsover-
wegingen worden gedeprogrammeerd.
Procedure:
Houd de programmeerknop (22) op de aandrijving/ontvanger gedurende
25 seconden ingedrukt, totdat beide lichtdiodes (21) en (23) branden:
- Druk op de programmeerknop (22)
- Leerknop (22) indrukken en ingedrukt houden
- Lichtdiode (21 of 23) brandt eerst 5 seconden, knippert daarna 10 se-
conden en blijft daarna branden.
- na nog eens 10 seconden (alles bij elkaar dus 25 seconden) gaan
beide lichtdiodes branden – alle kanalen zijn gedeprogrammeerd.
- laat de programmeerknop (22) los, beide lichtdiodes gaan nu uit - het
deprogrammeren is nu klaar.
R
ALLE ZENDERS WISSEN UIT HET GEHEUGEN VAN EEN KANAAL
VAN DE ONTVANGER
Voor kanaal 1
Druk op de programmeerknop (22) van de aandrijving/ontvanger tot
lichtdiode (21) gaat branden en houd de knop gedurende 15 seconden
ingedrukt:
- programmeerknop (22) indrukken en vasthouden.
- lichtdiode (21) brandt 5 seconden en knippert daarna 10 seconden.
- zodra lichtdiode (21) opnieuw brandt, de programmeerknop (22) los-
laten – de lichtdiode gaat uit – het deprogrammeren is beëindigd.
Voor kanaal 2
Druk op de programmeerknop (22) van de aandrijving/ontvanger tot
lichtdiode (23) gaat branden en houd de knop gedurende 15 seconden
ingedrukt:
- programmeerknop (22) indrukken en vasthouden.
- lichtdiode (23) brandt 5 seconden en knippert daarna 10 seconden.
- zodra lichtdiode (23) opnieuw brandt, de programmeerknop (22) los-
laten – de lichtdiode gaat uit – het deprogrammeren is beëindigd.
R
EEN ZENDER WISSEN UIT HET GEHEUGEN VAN DE ONTVANGER
Indien een gebruiker verhuist en de afstandsbediening wil meenemen,
moeten alle codes van de afstandsbediening worden gedeprogram-
meerd.
WAARSCHUWING! Uit veiligheidsoverwegingen moet iedere knop en
toetsencombinatie van de afstandsbediening worden gedeprogrammeerd.
Procedure:
Druk gedurende 5 seconden op de programmeerknop (22) van de aan-
drijving/ontvanger tot één van de lichtdiodes (21 of 23) gaat knipperen
(het maakt niet uit welke).
Druk op de knop of toetsencombinatie van de afstandsbediening die
moet worden gedeprogrammeerd. De lichtdiode gaat uit - deprogram-
mering is beëindigd.
Deze procedure moet worden herhaald voor alle knoppen en toetsencom-
binaties die moeten worden gedeprogrammeerd worden herhaald.
R
BATTERIJTJE VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN
Maak de afstandsbediening aan de kant van de sleutelring met een
muntstuk open. Klap het batterijdekseltje naar beneden. Verwijder het bat-
terijtje en zet er een nieuw batterijtje in (type CR 2032). Controleer of de
polen van de batterij goed liggen. Druk het dekseltje vast en controleer de
werking van de afstandsbediening met de zend-lichtdiode.