Operation Manual

302
Verscheidene instellingen
Selectie van de non-fader fase
(Non-F Phase)
Het samensmelten van het geluid van de
speakers voor- en achterin en de woofer kan
worden verbeterd door de fase in te stellen.
Stel een fase in die de speakers laat
harmoniëren.
De modus wisselt nu naar de
faseselectie-modus.
NORMAL:
Normale fase
REVERSE:
Omgekeerde fase
De gekozen instelling is in werking
gesteld.
U kunt nu nog andere aanpassingen
in de pro-modus doen.
Non-fader uitgang
De non-fader uitgang kan stereo of mono zijn.
Selecteer de methode die bij het
subwoofersysteem past dat is aangesloten.
De modus wisselt nu naar Non-F
Output.
De gekozen instelling is in werking
gesteld.
U kunt nu nog andere aanpassingen
in de pro-modus doen.
De configuratie van de speakers
(SP Layout) kiezen
Afhankelijk van het type speakers dat is
aangesloten kunt u een 4-speakersysteem of
3-weg speakersysteem kiezen. (Maak deze
keuze alvorens u de PEQ-, time alignment-, en
crossover-aanpassingen doet.)
De modus wisselt nu naar de
speakerconfiguratiemodus.
1
Draai aan de [SEL]-knop en kies
Non-F Phase.
2
Druk op de [SEL] knop.
3
Draai aan de [SEL]-knop en kies
NORMAL of REVERSE.
4
Druk op de [SEL] knop.
5
Druk op de [RTN] knop.
6
Druk op de [SOUND] of [RTN]
knop om de
klankaanpassingsmodus te
verlaten.
1
Draai aan de [SEL]-knop en kies
Non-F Output.
2
Druk op de [SEL] knop.
3
Draai aan de [SEL] knop en kies
Stereo of Monaural.
4
Druk op de [SEL] knop.
5
Druk op de [RTN] knop.
6
Druk op de [SOUND] of [RTN]
knop om de
klankaanpassingsmodus te
verlaten.
1
Draai aan de [SEL]-knop en kies
het SP Layout.
2
Druk op de [SEL] knop.