Operation Manual

11
7. Verbinding maken met netwerken en apparaten
Uw telefoon kan verbinding maken met een groot aantal netwerken en apparaten,
inclusief mobiele netwerken voor stem- en gegevensoverdracht, WLAN-datanetwerken en
Bluetoothapparaten zoals headsets. U kunt uw telefoon ook aansluiten op een computer
om bestanden die zijn opgeslagen op uw telefoon over te zetten en de mobiele
dataverbinding van uw telefoon te delen via USB of als draagbare WLAN hotspot.
7.1 WLAN
WLAN is een technologie voor draadloze netwerken die zorgt voor internettoegang tot op
een afstand van 100 meter, afhankelijk van de WLAN-router en de omgeving waarin u
zich bevindt. U kunt de WLAN op de volgende manier configureren:
Instelling--> WLAN, controleer WLAN om in te schakelen.
Ga naar WLAN. De telefoon scant op beschikbare WLAN-netwerken en laat daar de
namen van zien. Beveiligde netwerken worden aangegeven met een pictogram van
een slotje. Als de telefoon een netwerk vindt waarmee u al eerder verbinding hebt
gemaakt, dan wordt dit ook nu weer gedaan.
Tik op een netwerk om verbinding te maken.
Als het een open netwerk is, moet u bevestigen dat u hier een verbinding mee wilt
maken door op Verbinden te tikken.
Als het netwerk is beveiligd, moet u een wachtwoord of andere toegangscode
invoeren.
7.2 Bluetooth
Bluetooth is een technologie voor draadloze communicatie op korte afstand en wordt door
apparaten gebruikt om informatie uit te wisselen over een afstand van ongeveer 10 meter.
De meest gebruikte Bluetoothapparaten zijn hoofdtelefoons voor telefoongesprekken of
om naar muziek te luisteren, handsfree-kits voor in de auto en andere draagbare
apparaten waaronder laptops en mobiele telefoons.
7.2.1 Een bestand versturen
Instellingen--> Bluetooth, controleer Bluetooth om in te schakelen.
Ga naar Bestanden zoeker om een bestand te zoeken. Kies Delen--> Bluetooth.
Tik op Scan op apparaten, de telefoon scant en toont de namen van alle beschikbare
Bluetoothapparaten binnen bereik.
Tik op de naam van het andere apparaat in de lijst om ze te koppelen. Na het
koppelen wordt de file verstuurd.
7.2.2 Een bestand ontvangen
Instellingen--> Bluetooth, controleer Bluetooth om in te schakelen. Zorg ervoor dat
uw Bluetooth zichtbaar verbinding heeft gemaakt.
Na het koppelen ontvangt de telefoon het bestand. Het bestand dat u ontvangt, wordt
opgeslagen in de “Bluetooth”-map op de telefoon.
Comment [VBP1]: Opmerking voor
de klant: het is hier niet duidelijk of
het om ‘controleren’ of om ‘aanvinken
gaat.
Comment [VBP2]: Zie hierboven.
Comment [VBP3]: