Operation Manual

12 –
Dutch
BRANDSTOFHANTERING
Brandstofveiligheid
Start de machine nooit:
1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste
brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft,
trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in
contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en
zeep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en
de brandstoeidingen regelmatig op lekkage.
Transport en opbergen
Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat
eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen
komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van
elektrische machines, elektrische motoren,
stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal
voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden
gebruikt.
Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal
worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden.
Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de
afgetapte brandstof kwijt kan.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en
dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange
periode van stalling.
De transportbescherming van de snijuitrusting moet
tijdens vervoer of opslag van de machine altijd
aangebracht zijn.
Om een ongewenste start van de motor te voorkomen,
moet de bougiekap altijd worden verwijderd wanner de
machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wanneer de
machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende
servicemaatregelen.
Brandstof
N.B.! Uw machine is uitgerust met een twee-takt motor;
gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde benzine.
Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg
belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig
afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben
zelfs kleine afwijkingen van de juiste oliehoeveelheid een
grote invloed op de mengverhouding.
Benzine
N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van
minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uitgerust
met een katalysator (zie hoofdstuk Technische gegevens)
moet altijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine
worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator.
Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine,
verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden.
Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON).
Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager
octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen
optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot
zware motorbeschadigingen kan leiden.
Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het
aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken.
Tweetaktolie
Voor de beste resultaten en prestaties, moet u
HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt
gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren.
Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor
watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde
outboardoil (aangeduid met TCW).
Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/brandstofmengsel
kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de
levensduur verminderen.
Mengverhouding
1:50 (2%) met HUSQVARNA tweetaktolie of
overeenkomstig.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede
tweetaktmotoren, geklassiceerd voor JASO FB/ISA
EGB, of hoger.
!
WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het
hanteren van brandstof. Denk aan de brand-,
explosie- en inademingsrisico’s.
!
WAARSCHUWING! Brandstof en
brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk
en kunnen leiden tot ernstig letsel bij
inademing en contact met de huid. Wees
daarom voorzichtig wanneer u met brandstof
werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij
de brandstofhantering.
Benzine, liter Tweetaktolie, liter
2% (1:50) 3% (1:33)
5
0,10 0,15
10
0,20 0,30
15
0,30 0,45
20
0,40 0,60