Instruction for Use

56
Electrische aansluiting
De ovens die voorzien zijn van een voedingskabel zijn
gebruiksklaar voor het functioneren met wisselstroom met
spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje
(op het apparaat) en in de gebruiksaanwijzing. De
aardleiding is geel/groen.
De kabel vervangen
Gebruik een rubber kabel van het type H05VV-F met een
doorsnede 3 x1,5 mm².
De geel/groene aardleiding moet 2-3 cm langer zijn ten
opzichte van de andere leidingen.
Opening klemmenbord:
Licht met een schroevendraaier de lipjes aan de zij-
kant van de deksel van het klemmenbord op;
trek de deksel van het klemmenbord open.
Het aansluiten van de kabel:
schroef de schroef van de kabelklem en de drie schroe-
ven van de contacten L-N- los
bevestig de draden onder de kop van de schroefjes en
let op de kleuren: Blauw (N), Bruin (L),
Geel/groen
zet de kabel vast in de kabelklem en sluit de deksel
Het aansluiten van de voedingskabel aan het net
Bevestig een stekker op de voedingskabel, die geschikt
is voor de lading die aangegeven wordt op het typeplaatje.
In het geval er een directe aansluiting aan het net plaats-
vindt, moet men tussen het apparaat en het net een
veelpolige schakelaar aanbrengen met een minimum af-
stand tussen de kontaktpunten van 3 mm. Deze moet aan
de lading aangepast zijn en aan de geldende normen vol-
doen (de geaarde kabel mag niet door de schakelaar on-
derbroken worden).
De voedingskabel moet zodanig geplaatst zijn, dat hij ner-
gens een temperatuur bereikt die 50°C hoger is dan de
kamertemperatuur.
Voor het aansluiten moet men kontroleren dat:
De electrische veiligheid van dit apparaat is slechts
dan verzekerd als het op de juiste wijze is geaard zo-
als voorgeschreven door de geldende normen voor
electrische veiligheid. Het is belangrijk zich hiervan te
verzekeren en, in geval van twijfel, een controle te la-
ten uitvoeren door een bevoegde electricien. De fabri-
kant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade
die veroorzaakt is door nalatigheid betreffende het aar-
den van de installatie.
Voordat het apparaat wordt aangesloten moet men zich
WIJ AANVAARDEN GEEN ENKELE
VERANTWOORDELIJKHEID ALS DE
ONGEVALLENPREVENTIENORMEN NIET WORDEN
NAGELEEFD.
NL
ervan verzekeren dat de gegevens van het typeplaatje
(op het apparaat en/of de verpakking) overeenkomen
met de kenmerken van het electrische net en de gas-
leiding.
Controleer dat het electrische vermogen van het net en
van de stopcontacten voldoende is voor het maximum
vermogen van het apparaat zoals aangegeven op het
typeplaatje. In geval van twijfel moet u zich tot een
bevoegde electricien wenden.
Als de stekker en het stopcontact niet passen, dan
moet de stekker vervangen worden met een passende
stekker door een bevoegde electricien. Deze moet
vooral ook controleren dat de doorsnede van de kabels
van het stopcontact voldoende is voor het vermogen
van het apparaat. Het is in het algemeen af te raden
adapters, dubbel.stekkers en/of verlengsnoeren te
gebruiken. Als het gebruik hiervan onvermijdelijk is dan
moet men enkelvoudige of meervoudige adapters en
verlengsnoeren gebruiken die voldoen aan de geldende
veiligheidsnormen. Let echter op de vermogensgrens
van de stroom niet te overschrijden zoals deze is
aangegeven op de enkele adapter en op de
verlengsnoeren, en het maximum vermogen
aangegeven op de meervoudige adapter.
Stekker en stopcontact moeten gemakkelijk te
bereiken zijn.