Operation Manual

106106
Terug naar beginpagina
Afstandsbediening
Afstandsbediening
Dit toestel kan met de afstandsbediening worden bediend.
De afstandsbediening is een optioneel accessoire (KNA-RCDV331).
2LET OP
Leg de afstandsbediening zodanig neer dat deze tijdens het remmen of andere handelingen niet kan
vallen of wegglijden. Als de afstandsbediening valt of tijdens het rijden vast komt te zitten onder de
pedalen, kan dit tot gevaarlijke situaties leiden.
Laat de batterij niet achter in de buurt van vuur of in de zon. Dit kan leiden tot oververhitting, brand
of ontploffing.
Laad de batterij niet op, sluit de batterij niet kort, open de batterij niet, verwarm de batterij niet en
gooi de batterij niet in open vuur. Hierdoor kan er vloeistof uit de batterij gaan lekken. Wanneer u
gemorste vloeistoffen in uw ogen krijgt of op uw kleren, spoel dan uw ogen of kleren onmiddellijk uit
met water en raadpleeg uw huisarts.
Houd de batterij buiten bereik van kinderen. Mocht een kind toch een batterij inslikken, neem dan
onmiddellijk contact op met uw huisarts.
Batterij installeren
Als de afstandsbediening alleen van dichtbij functioneert of helemaal niet functioneert, zijn de
batterijen waarschijnlijk leeg.
Vervang in dit geval de batterijen door nieuwe.
1 Plaats twee batterijen van het formaat AAA (R03) met de en pool op de juiste wijze
uitgelijnd. Houd u hierbij aan de instructie van de afbeelding in de batterijbehuizing.