Operation Manual
Bevestiging aan de muur:
1. Verwijder de achterplaat (zie afbeelding B).
2. Bevestig de achterplaat op de muur.
3. Plaats het alarm terug op de achterplaat.
4. Vergrendel het alarm door de schroef aan de onderzijde vast te
draaien.
Telefoonaansluiting:
Verwijder de achterplaat (zie afbeelding B) en sluit de telefoonkabel
aan op het alarm en een telefoonaansluitpunt.
Programmeren van het alarm:
Direct, na het plaatsen van de batterijen, moet de 4 cijferige code
ingevoerd worden. Voer een gewenste 4 cijferige code in met het
toetsenbord. Gebruik niet de “0” als eerste cijfer. De “0” wordt
gebruikt om het alarm in te schakelen.
Opmerking: als de batterijen vervangen worden dient het alarm
opnieuw geprogrammeerd te worden. Het is niet nodig om opnieuw
een gesproken boodschap op te nemen.
Programmeren van telefoonnummers:
1. Druk
en voer het eerste telefoonnummer in.
2. Druk om te bevestigen.
3. Druk voor het invoeren van het tweede telefoonnummer.
4. Etc.
Er kunnen maximaal 3 telefoonnummer met een maximum van 16
cijfers ingevoerd worden.
Opmerking: voer alleen telefoonnummers in van bekenden en
familie. Gebruik geen openbare alarmnummers.
(het alarm kan gebruikt worden i.c.m. een PABX telefoonsysteem)




