Installation Instructions

5
3. Richtlijnen voor veiligheid en het opstarten
3.1 Algemene veiligheidsrichtlijnen
Bij het monteren het risico voor verwondingen niet onderschatten. Om ongelukken te vermijden moet de motor
goed aan het plafond van de garage gemonteerd worden. Dit is ook van toepassing voor het monteren van de rail
die aan het plafond bevestigd moet worden. (zie punt 5, pagina 7)
Controleer of alle schroeven stevig bevestigd zijn en zie alle verbindingen na!
Tijdens het monteren van de aandrijving moet men er over waken dat er bij de rail geen afknap - en/of verplettering
risico's ontstaan wanneer het wagentje in open of gesloten positie respectievelijk de motorkop of het terugloopwiel
te dicht benadert. In dit geval is het aangewezen en langere looprail te voorzien
3.2 Belangrijke veiligheidsrichtlijnen
Aandacht: voor de veiligheid van personen is het van groot belang om alle aanwijzingen te respecteren. De
aanwijzingen niet weggooien.
Basisaanwijzing:
Deze motor werd ontwikkeld en gecontroleerd volgens de recente EN 12445 en EN 12453-normen betreffende de
dynamische en statische kracht voor sluitkanten van de deuren. De stuurprint heeft een krachtstop die
gecontroleerd wordt door een microprocessor. Weersveranderingen die de werking van de deur kunnen
beïnvloeden, worden herkend door de stuurkast en de stroom wordt automatisch aangepast.
Het aantal referentiepunten voor het meten van de stroom hangt af van de baan en de hoek van het sluiten en
openen van de deur. Deze motor werd geproduceerd en gecontroleerd volgens de normen en de richtlijnen
vernoemd in het hoofdstuk "Conformiteitsverklaring" en heeft de fabriek in uitstekende technische staat verlaten.
Om deze staat te behouden en om een risicoloos functioneren te verzekeren, moet de gebruiker alle
veiligheidsrichtlijnen vernoemd in deze gebruikershandleiding respecteren.
In principe mogen enkel geschoolde electro-installateurs op elektrische installaties werken
Ze moeten hun taak kunnen beoordelen en een eventuele bron van gevaar herkennen en veiligheidsmaatregelen
nemen.
3.3 Veiligheidsvoorschriften van toepassing
Bij de installatie, de in werking stelling, het onderhoud en de controle van de motor voor garagedeuren, moeten de
richtlijnen voor veiligheid en preventie gerespecteerd worden voor ieder individueel geval.
Volgende richtlijnen moeten gerespecteerd worden:
EN 60335-1 veiligheid van elektrische apparaten voor huishoudelijk en ander gebruik.
Preventieve richtlijnen tegen brand
Preventieve richtlijnen tegen ongelukken
3.4 Algemene gebruiksvoorschriften
Laat geen kinderen met de aandrijving spelen
Het is enkel toegelaten aan kinderen onder begeleiding om de motor in werking te stellen. De motor mag
slechts in werking gesteld worden als hij in het zicht is.
Opletten dat de veiligheidsafstand tot aan de bewegende deur gerespecteerd is.
Noch personen, noch dieren mogen zich in de bewegingszone van de deur bevinden terwijl deze in
werking is.
Er mogen zich geen voorwerpen in de bewegingszone van de motor bevinden.
Maandelijkse controle door de gebruiken: een voorwerp van 55 mm op de grond plaatsen, als de deur
het voorwerp raakt, moet die terugkeren.
Vooraleer aan de motor te werken (het verwisselen van de halogeenlamp)-de stekker uittrekken!
Raadpleeg uw installateur in geval van defect.