Operation Manual

38 METEN EN REGISTREREN MET UW OUTDOOR COMPUTER
3. Ga verder door op de Start-knop te drukken en voer de onderstaande stap uit:
3.2.2 DE SCHAAL VOOR DE GRAFISCHE TREND INSTELLEN (ALTITUDE SCALE)
U kunt de volgende schalen voor de grafische
hoogtetrend instellen: 1 m / 3 ft (voet), 10 m / 30 ft en
100 m / 300 ft.
De onderstaande tabel bevat de aanbevolen instellingen voor de grafische trend voor verschillende activiteiten.
Hoogte
Activiteit
Wandelen - vlak tot matig heuvelachtig gebied 1 1 m / 3 ft 15 m of 45 ft
Wandelen - matig heuvelachtig tot bergachtig 10 10 m / 30 ft 150 m of 450 ft
gebied, Langlaufen of snowboarden
Afdalen op ski's of snowboard 100 100 m / 300 ft 1500 m of 4500 ft
Schaal voor de grafische trend:
Eén pixel is gelijk aan
Schaal voor de grafische trend:
De totale hoogteas is gelijk aan
Scale
(Schaal)
4. Displayweergave:
Activate: ALTI of BARO
Druk op de Up - of de Down -knop om
ALTI (hoogtemeter) te selecteren.
Druk op de Start-knop om de
geselecteerde functie te activeren.
Houd de Stop-knop ingedrukt om terug te keren naar de hoofdfunctie Time.
Opmerking:
Als u de hoogtemeter activeert, kunt u de luchtdruk op zeeniveau niet meer aflezen.
Als de activiteitenregistratie is ingeschakeld, wordt iedere keer dat u de hoogtemeting activeert een markering aangebracht.