4
Een ‘monopolie’ moet bestaan uit alle (2 of 3) Eigendoms-
bewijzen die een stratenset van één kleur vormen (net zoals
bij het Monopoly-bordspel).
Bijvoorbeeld: Leidschestraat en Kalverstraat vormen samen
de stratenset van de kleur Donkerblauw (Amsterdam).
(Een ‘monopolie’ van stations bestaat uit 2, 3 of alle 4
stations-kaarten.)
Een stratenset (dus niet de stations en de nutsbedrijven) kan
in waarde worden verhoogd door er, in chronologische
volgorde, een 1e, 2e, 3e of 4e Huis-kaart aan toe te voegen.
Elk van deze kaarten vertegenwoordigt een extra huis op
alle straten van de stratenset. Let op: u kunt geen Huis-kaart
toevoegen als deze niet in chronologische volgorde aansluit.
Bijvoorbeeld: u kunt geen ‘3e Huis’-kaart toevoegen aan
een stratenset als u niet eerst zowel de ‘1e Huis’- als de
‘2e Huis’-kaart bezit. Als u alle 4 Huis-kaarten bezit, kunt u
een Hotel toevoegen aan een stratenset. Zodoende kan een
‘3-straten-monopolie’ bestaan uit maximaal 8 kaarten
(3 Eigendomsbewijzen, 4 Huis-kaarten en 1 Hotel-kaart).
Een ‘2-straten-monopolie’ kan tot en met 7 kaarten bevatten.
Kies een Bankier. De bankier sorteert het geld op waarde
(50, 100, 500, 1000). Aan het eind van iedere ronde
betaalt de bankier aan elke speler zijn inkomsten uit.
Kies de eerste Deler. De deler schudt het pak kaarten en
deelt aan elke speler 10 kaarten uit. Deze kaarten worden in
de hand genomen. Vervolgens legt de deler bij elke speler
één kaart ‘open’ op tafel. Dit is de eerste ‘ruil’-kaart voor
elke speler. De deler legt de rest van het spel kaarten
‘gesloten’ – met de rug naar boven – midden op tafel. Van
deze stapel kunnen tijdens het spel kaarten worden gepakt.
De speler die links van de deler zit begint het spel.
Een geldig
monopolie
Huizen en
hotels op een
‘monopolie’
Begin van
het spel
(4 spelers)