5
Tijdens de speelbeurt kunt u kiezen voor één van de
volgende 3 opties:
1. Een kaart pakken of
2. Een kaart ruilen of
3. Uitkomen
Dit laatste doet u door uw hand kaarten op tafel te leggen
en daarmee de ronde te beëindigen. Let op: wanneer u een
kaart hebt gepakt of geruild kunt u niet in dezelfde beurt
uitkomen.
Pak de bovenste kaart van de stapel en neem deze in uw
hand. Beëindig daarna uw beurt door één (of in de loop van
het spel alle ‘overtal’-kaarten, zie verderop) kaart uit uw
hand ‘open’ bovenop uw ruilstapel ‘af te leggen’.
Uw ruilstapel zal tijdens het spel groeien en slinken. U mag
één of meerdere kaarten uit uw ruilstapel ruilen voor
eenzelfde aantal kaarten van de ruilstapel van een
willekeurige tegenspeler. BELANGRIJK: Als u dat wilt,
mag u één kaart uit uw hand toevoegen aan uw ruilstapel
VOORDAT u gaat ruilen. (Leg de kaarten in uw ruilstapel
in een waaier, zodat elke kaart zichtbaar is en het tevens
duidelijk is welke kaart bovenop ligt.) U begint door het
aantal kaarten dat u wilt ruilen van bovenaf uw ruilstapel te
pakken. Geef ze aan een tegenspeler. Hij moet deze kaarten
aanpakken en aan zijn hand toevoegen (dus niet aan zijn
ruilstapel). Vervolgens pakt deze speler eenzelfde aantal
kaarten van bovenaf zijn ruilstapel en voegt deze toe aan uw
hand (dus niet aan uw ruilstapel). Na het ruilen beëindigt u
uw beurt door het ‘overtal’ aan kaarten uit uw hand (bij
meer dan 10) bovenop uw ruilstapel ‘af te leggen’ (zie ook
verderop).
De Speelbeurt
1. Een kaart
pakken
2. Een kaart
ruilen