8
C) Het uitleggen door de overige spelers
Alle tegenspelers leggen nu hun hand uit. Het aantal kaarten
kan per speler verschillen vanwege ruilacties. Dit is
toegestaan.
1. Iedere speler scoort de waarde van elk compleet
‘monopolie’ dat hij of zij bezit. Losse straten leveren dus
niets op. De Eigendomsbewijzen van een stratenset
hebben een gezamenlijke ‘grondprijs’ (van 50 tot
400). Elk Huis dat aan een stratenset is toegevoegd is
nogmaals de ‘grondprijs’ van die set waard. Een Hotel
voegt daar nog eens 500 aan toe (ongeacht de
grondprijs van die stratenset). Elke Speelfiguur-kaart is
de totale waarde van de Eigendomsbewijzen plus de
Huis- en Hotelkaarten waard. Voorbeeld: U heeft de Gele
stratenset (‘s-Gravenhage) met de 1e, 2e en 3e Huis-
kaarten plus 2 Speelfiguur-kaarten. De ‘grondprijs’ van
de Gele stratenset is 300, elk huis voegt daar nog eens
300 aan toe. Tezamen is uw ‘monopolie’ dus 1200
waard. Vervolgens is elke Speelfiguur-kaart de totale
waarde van uw ‘monopolie’ waard, in dit geval 1200
per stuk. Uw totale inkomsten van dit ‘monopolie’
bedragen dus 3600. Niet slecht!
2. De speler met de meeste Mr. Monopoly-kaarten verdient
1000. Maar als er twee of meer spelers een gelijk aantal
Mr. Monopoly-kaarten bezitten, wordt er geen geld voor
uitgekeerd.
3. Elke START-kaart levert de eigenaar 200 op.
4. Elke speler, behalve de speler die als eerste uitlegde, die in
het bezit is van een Kans-kaart, scoort NUL. (Een Kans-kaart
kan dus heel goed, maar in dit geval ook heel slecht zijn!)
Scoren