Operation Manual

6-38
SYSTEEMINSTELLINGEN
Inhoudsopgave
BEDIENINGSPANEEL (BEHEERDER)
Beveiligingsinstellingen
De volgende instellingen zijn bedoeld voor beveiliging. Selecteer de toets [Beveiligingsinstellingen] om de instellingen te
configureren.
SSL-instellingen
SSL kan worden gebruikt voor het verzenden van
gegevens over een netwerk.
SSL is een protocol waarmee u de gegevens die u over
een netwerk verzendt kunt versleutelen. Dankzij
versleutelde gegevens is het mogelijk gevoelige
informatie op een veilige manier te versturen en de
ontvangen.
U kunt SSL voor de volgende protocollen inschakelen:
Serverpoort
• HTTPS: SSL-encryptie toepassen op
HTTP-communicatie.
• IPP-SSL: SSL-encryptie toepassen op
IPP-communicatie.
• HTTP omleiden naar HTTPS instellen in de
webpagina:
Als deze instelling is ingeschakeld, wordt alle
communicatie waarmee wordt geprobeerd toegang te
krijgen tot de machine, omgelegd van HTTP naar
HTTPS.
Clientpoort
• HTTPS: SSL-encryptie toepassen op
HTTP-communicatie.
• FTPS: SSL-encryptie toepassen op
FTP-communicatie.
• SMTP-SSL: SSL-encryptie toepassen op
SMTP-communicatie.
• POP3-SSL: SSL-encryptie toepassen op
POP3-communicatie.
• LDAP-SSL: Pas SSL-versleuteling toe op
LDAP-communicatie.
Encryptieniveau
Het encryptie-niveau kan op een van de drie niveaus
worden ingesteld.
IPsec-instellingen
IPsec kan worden gebruikt voor verzending/ontvangst
van gegevens op een netwerk. Wanneer IPsec wordt
gebruikt, kunnen gegevens veilig worden verzonden en
ontvangen zonder dat het nodig is om instellingen voor
IPpakketversleuteling te configureren in een
webbrowser of in een andere toepassing van een hoger
niveau.
Deze instelling wordt enkel gebruikt om IPsec in of uit te
schakelen. Gedetailleerde IPsec-instellingen worden in
de webpagina's geconfigureerd.
Sommige instellingen van webpagina's laten een
verbinding met de machine niet toe of de instellingen
laten afdrukken, scannen of de weergave van een
webpagina niet toe. Maak deze instelling in dat geval
ongedaan en wijzig de instellingen van de webpagina.
IEEE802.1X instelling
Met IEEE802.1X kan een gebruiker gemachtigd worden
om een machine te gebruiken.
Het IEEE802.1X-protocol definieert authenticatie op
poortbasis voor zowel bedrade als draadloze netwerken.
Gebruik IEEE802.1X-authenticatie om alleen
gemachtigde apparaten gebruik van het netwerk te laten
maken, en te beschermen tegen netwerkmisbruik door
derden.
Deze instelling wordt alleen gebruikt om IEEE802.1X in
of uit te schakelen; uitgebreide IEEE802.1X-instellingen
worden op de webpagina's geconfigureerd.
Sommige instellingen van webpagina's laten een
verbinding met de machine niet toe of de instellingen
laten afdrukken, scannen of de weergave van een
webpagina niet toe. Maak deze instelling in dat geval
ongedaan en wijzig de instellingen van de webpagina.
Geavanceerde IPsec-instellingen worden
geconfigureerd door op [Veiligheidsinstellingen] te
drukken en vervolgens op [IPsec-instellingen] in het
menu van de webpagina.
Geavanceerde IEEE802.1-instellingen worden
geconfigureerd door op [Veiligheidsinstellingen] te
drukken en vervolgens op [IEEE802.1X instelling] in
het menu van de webpagina.