Operation Manual

396
5-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming
UK_AURIS/AURIS_HV_EE (OM12F76E)
Beslaan van de ruiten
Wanneer de luchtvochtigheid in de auto hoog is, zullen de ruiten gemakke-
lijk beslaan. Wanneer wordt ingeschakeld, wordt de lucht die via de
uitstroomopeningen stroomt, ontvochtigd en wordt de voorruit efficiënt ont-
wasemd.
Als u uitschakelt, zullen de ruiten mogelijk sneller beslaan.
De ruiten zullen mogelijk beslaan als de recirculatiemodus is ingeschakeld.
Luchttoevoer
Zet bij het rijden op stoffige wegen, zoals in tunnels, of in druk verkeer de
luchttoevoertoets in de recirculatiemodus. Zo wordt voorkomen dat er bui-
tenlucht de auto in stroomt. Wanneer tijdens het koelen de recirculatiemo-
dus wordt ingeschakeld, wordt ook het interieur van de auto efficiënt
gekoeld.
Mogelijk wordt de buitenlucht-/recirculatiemodus automatisch ingeschakeld
afhankelijk van de ingestelde temperatuur of de temperatuur in de auto.
Wanneer de buitentemperatuur laag is
De ontwasemingsfunctie werkt mogelijk niet, ook niet als op wordt
gedrukt.
Wanneer
is geselecteerd voor de gebruikte uitstroomopeningen
Voor uw rijcomfort kan de luchttoevoer naar de voetenruimte, afhankelijk van
de temperatuurinstelling, warmer zijn dan de luchttoevoer naar het bovenli-
chaam.
Geuren airconditioning
Tijdens het gebruik kunnen verschillende geuren van binnen en buiten de
auto in het airconditioningsysteem terechtkomen. Dit kan tot gevolg hebben
dat de lucht die uit de uitstroomopeningen komt niet lekker ruikt.
Het voorkomen van mogelijke geuren:
We raden u aan het airconditioningsysteem in de buitenluchtmodus te
zetten voordat u de motor uitschakelt.
Mogelijk wordt het inschakelen van de aanjager direct nadat de aircondi-
tioning in de automatische stand wordt ingeschakeld even vertraagd.
De airconditioning blijft in werking als de motor is uitgezet door het Stop
& Start-systeem (auto's met Stop & Start-systeem)
Als de motor wordt afgezet door het Stop & Start-systeem, worden de koel-,
verwarmings- en ontvochtigingsfuncties uitgeschakeld en blaast het systeem
alleen lucht die op omgevingstemperatuur is. Het blazen van lucht die op
omgevingstemperatuur is, kan eveneens stoppen. Druk op de uitschakeltoets
van het Stop & Start-systeem om te voorkomen dat de airconditioning wordt
uitgeschakeld.